HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verenigen — definition

Conjugation of verenigen

Regular CEFR C1
vərˈeː.nə.ɣə(n)

afzonderlijke delen tot één geheel maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verenig
jij / je verenigt
hij / zij / het verenigt
wij / we verenigen
jullie verenigen
zij / ze verenigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verenigde
jij / je verenigde
hij / zij / het verenigde
wij / we verenigden
jullie verenigden
zij / ze verenigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verenige
jij / je verenige
hij / zij / het verenige
wij / we verenigen
jullie verenigen
zij / ze verenigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verenigde
jij / je verenigde
hij / zij / het verenigde
wij / we verenigden
jullie verenigden
zij / ze verenigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verenig
jullie (archaïsch) verenigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
verenigen
Tegenwoordig deelwoord
verenigend
Voltooid deelwoord
verenigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary