HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vereisen — definition

Conjugation of vereisen

Regular CEFR C2
vɛrɛɪsə(n)

nodig hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vereis
jij / je vereist
hij / zij / het vereist
wij / we vereisen
jullie vereisen
zij / ze vereisen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vereiste
jij / je vereiste
hij / zij / het vereiste
wij / we vereisten
jullie vereisten
zij / ze vereisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vereise
jij / je vereise
hij / zij / het vereise
wij / we vereisen
jullie vereisen
zij / ze vereisen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vereiste
jij / je vereiste
hij / zij / het vereiste
wij / we vereisten
jullie vereisten
zij / ze vereisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vereis
jullie (archaïsch) vereist

Onbepaalde vormen

Infinitief
vereisen
Tegenwoordig deelwoord
vereisend
Voltooid deelwoord
vereist

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary