HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verbreiden — definition

Conjugation of verbreiden

Regular CEFR B2
vər'brɛidə(n)

in verschillende richtingen verspreiden of uitbreiden, een groter gebied bedekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verbreid
jij / je verbreidt
hij / zij / het verbreidt
wij / we verbreiden
jullie verbreiden
zij / ze verbreiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verbreidde
jij / je verbreidde
hij / zij / het verbreidde
wij / we verbreidden
jullie verbreidden
zij / ze verbreidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verbreide
jij / je verbreide
hij / zij / het verbreide
wij / we verbreiden
jullie verbreiden
zij / ze verbreiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik verbreidde
jij / je verbreidde
hij / zij / het verbreidde
wij / we verbreidden
jullie verbreidden
zij / ze verbreidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verbreid
jullie (archaïsch) verbreidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
verbreiden
Tegenwoordig deelwoord
verbreidend
Voltooid deelwoord
verbreid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary