HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← venten — definition

Conjugation of venten

Regular CEFR C2
ˈvɛntə(n)

op straat of huis aan huis iets verkopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vent
jij / je vent
hij / zij / het vent
wij / we venten
jullie venten
zij / ze venten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ventte
jij / je ventte
hij / zij / het ventte
wij / we ventten
jullie ventten
zij / ze ventten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vente
jij / je vente
hij / zij / het vente
wij / we venten
jullie venten
zij / ze venten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ventte
jij / je ventte
hij / zij / het ventte
wij / we ventten
jullie ventten
zij / ze ventten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vent
jullie (archaïsch) vent

Onbepaalde vormen

Infinitief
venten
Tegenwoordig deelwoord
ventend
Voltooid deelwoord
gevent

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary