HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vasten — definition

Conjugation of vasten

Regular CEFR C2
ˈvɑs.tə(n)

zich onthouden van voedsel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vast
jij / je vast
hij / zij / het vast
wij / we vasten
jullie vasten
zij / ze vasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vastte
jij / je vastte
hij / zij / het vastte
wij / we vastten
jullie vastten
zij / ze vastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vaste
jij / je vaste
hij / zij / het vaste
wij / we vasten
jullie vasten
zij / ze vasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik vastte
jij / je vastte
hij / zij / het vastte
wij / we vastten
jullie vastten
zij / ze vastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vast
jullie (archaïsch) vast

Onbepaalde vormen

Infinitief
vasten
Tegenwoordig deelwoord
vastend
Voltooid deelwoord
gevast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary