HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vapen — definition

Conjugation of vapen

Regular CEFR B1
ˈveː.pə(n)

roken van een elektronische sigaret Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vape
jij / je vapet
hij / zij / het vapet
wij / we vapen
jullie vapen
zij / ze vapen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vapete
jij / je vapete
hij / zij / het vapete
wij / we vapeten
jullie vapeten
zij / ze vapeten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vape
jij / je vape
hij / zij / het vape
wij / we vapen
jullie vapen
zij / ze vapen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vapete
jij / je vapete
hij / zij / het vapete
wij / we vapeten
jullie vapeten
zij / ze vapeten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vape
jullie (archaïsch) vapet

Onbepaalde vormen

Infinitief
vapen
Tegenwoordig deelwoord
vapend
Voltooid deelwoord
gevapet

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary