HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vaardigen — definición

Conjugation of vaardigen

Regular CEFR B2
/ˈvaːr.də.ɣə(n)/

klaar maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vaardig
jij / je vaardigt
hij / zij / het vaardigt
wij / we vaardigen
jullie vaardigen
zij / ze vaardigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vaardigde
jij / je vaardigde
hij / zij / het vaardigde
wij / we vaardigden
jullie vaardigden
zij / ze vaardigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vaardige
jij / je vaardige
hij / zij / het vaardige
wij / we vaardigen
jullie vaardigen
zij / ze vaardigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vaardigde
jij / je vaardigde
hij / zij / het vaardigde
wij / we vaardigden
jullie vaardigden
zij / ze vaardigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vaardig
jullie (archaïsch) vaardigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vaardigen
Tegenwoordig deelwoord
vaardigend
Voltooid deelwoord
gevaardigd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary