HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← urineren — definition

Conjugation of urineren

Regular CEFR C2
ˌyriˈnɪːrə(n)

het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik urineer
jij / je urineert
hij / zij / het urineert
wij / we urineren
jullie urineren
zij / ze urineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik urineerde
jij / je urineerde
hij / zij / het urineerde
wij / we urineerden
jullie urineerden
zij / ze urineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik urinere
jij / je urinere
hij / zij / het urinere
wij / we urineren
jullie urineren
zij / ze urineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik urineerde
jij / je urineerde
hij / zij / het urineerde
wij / we urineerden
jullie urineerden
zij / ze urineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij urineer
jullie (archaïsch) urineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
urineren
Tegenwoordig deelwoord
urinerend
Voltooid deelwoord
geürineerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary