HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← uiten — definition

Conjugation of uiten

Regular CEFR C1
ˈœy̯.tə(n)

zich ~: uiting geven aan gevoelens Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik uit
jij / je uit
hij / zij / het uit
wij / we uiten
jullie uiten
zij / ze uiten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik uitte
jij / je uitte
hij / zij / het uitte
wij / we uitten
jullie uitten
zij / ze uitten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik uite
jij / je uite
hij / zij / het uite
wij / we uiten
jullie uiten
zij / ze uiten
Aanvoegende wijs — verleden
ik uitte
jij / je uitte
hij / zij / het uitte
wij / we uitten
jullie uitten
zij / ze uitten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij uit
jullie (archaïsch) uit

Onbepaalde vormen

Infinitief
uiten
Tegenwoordig deelwoord
uitend
Voltooid deelwoord
geüit

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary