HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tukken — definición

Conjugation of tukken

Regular CEFR B1
/ˈtʏ.kə(n)/

een korte periode van ondiepe slaap houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tuk
jij / je tukt
hij / zij / het tukt
wij / we tukken
jullie tukken
zij / ze tukken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tukte
jij / je tukte
hij / zij / het tukte
wij / we tukten
jullie tukten
zij / ze tukten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tukke
jij / je tukke
hij / zij / het tukke
wij / we tukken
jullie tukken
zij / ze tukken
Aanvoegende wijs — verleden
ik tukte
jij / je tukte
hij / zij / het tukte
wij / we tukten
jullie tukten
zij / ze tukten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tuk
jullie (archaïsch) tukt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tukken
Tegenwoordig deelwoord
tukkend
Voltooid deelwoord
getukt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary