HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tuinieren — definición

Conjugation of tuinieren

Regular CEFR C2

het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tuinier
jij / je tuiniert
hij / zij / het tuiniert
wij / we tuinieren
jullie tuinieren
zij / ze tuinieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tuinierde
jij / je tuinierde
hij / zij / het tuinierde
wij / we tuinierden
jullie tuinierden
zij / ze tuinierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tuiniere
jij / je tuiniere
hij / zij / het tuiniere
wij / we tuinieren
jullie tuinieren
zij / ze tuinieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik tuinierde
jij / je tuinierde
hij / zij / het tuinierde
wij / we tuinierden
jullie tuinierden
zij / ze tuinierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tuinier
jullie (archaïsch) tuiniert

Onbepaalde vormen

Infinitief
tuinieren
Tegenwoordig deelwoord
tuinierend
Voltooid deelwoord
getuinierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary