HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tuimelen — definition

Conjugation of tuimelen

Regular CEFR B2
ˈtœy̯.mə.lə(n)

draaiend vallen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tuimel
jij / je tuimelt
hij / zij / het tuimelt
wij / we tuimelen
jullie tuimelen
zij / ze tuimelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tuimelde
jij / je tuimelde
hij / zij / het tuimelde
wij / we tuimelden
jullie tuimelden
zij / ze tuimelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tuimele
jij / je tuimele
hij / zij / het tuimele
wij / we tuimelen
jullie tuimelen
zij / ze tuimelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tuimelde
jij / je tuimelde
hij / zij / het tuimelde
wij / we tuimelden
jullie tuimelden
zij / ze tuimelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tuimel
jullie (archaïsch) tuimelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tuimelen
Tegenwoordig deelwoord
tuimelend
Voltooid deelwoord
getuimeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary