HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tuigen — definición

Conjugation of tuigen

Regular CEFR C2
/ˈtœy̯ɣə(n)/

het ergens op aanbrengen van benodigdheden of versieringen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tuig
jij / je tuigt
hij / zij / het tuigt
wij / we tuigen
jullie tuigen
zij / ze tuigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tuigde
jij / je tuigde
hij / zij / het tuigde
wij / we tuigden
jullie tuigden
zij / ze tuigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tuige
jij / je tuige
hij / zij / het tuige
wij / we tuigen
jullie tuigen
zij / ze tuigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tuigde
jij / je tuigde
hij / zij / het tuigde
wij / we tuigden
jullie tuigden
zij / ze tuigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tuig
jullie (archaïsch) tuigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tuigen
Tegenwoordig deelwoord
tuigend
Voltooid deelwoord
getuigd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary