HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tronen — definición

Conjugation of tronen

Regular CEFR B1

door vleierij iemand tot iets aanzetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik troon
jij / je troont
hij / zij / het troont
wij / we tronen
jullie tronen
zij / ze tronen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik troonde
jij / je troonde
hij / zij / het troonde
wij / we troonden
jullie troonden
zij / ze troonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trone
jij / je trone
hij / zij / het trone
wij / we tronen
jullie tronen
zij / ze tronen
Aanvoegende wijs — verleden
ik troonde
jij / je troonde
hij / zij / het troonde
wij / we troonden
jullie troonden
zij / ze troonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij troon
jullie (archaïsch) troont

Onbepaalde vormen

Infinitief
tronen
Tegenwoordig deelwoord
tronend
Voltooid deelwoord
getroond

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary