HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← trippen — definición

Conjugation of trippen

Regular CEFR C2

met huppelende kleine pasjes of sprongetjes lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik trip
jij / je tript
hij / zij / het tript
wij / we trippen
jullie trippen
zij / ze trippen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tripte
jij / je tripte
hij / zij / het tripte
wij / we tripten
jullie tripten
zij / ze tripten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trippe
jij / je trippe
hij / zij / het trippe
wij / we trippen
jullie trippen
zij / ze trippen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tripte
jij / je tripte
hij / zij / het tripte
wij / we tripten
jullie tripten
zij / ze tripten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij trip
jullie (archaïsch) tript

Onbepaalde vormen

Infinitief
trippen
Tegenwoordig deelwoord
trippend
Voltooid deelwoord
getript

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary