HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← triomferen — definition

Conjugation of triomferen

Regular CEFR B2

de overwinning (triomf) behalen of behaald hebben, zegevieren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik triomfeer
jij / je triomfeert
hij / zij / het triomfeert
wij / we triomferen
jullie triomferen
zij / ze triomferen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik triomfeerde
jij / je triomfeerde
hij / zij / het triomfeerde
wij / we triomfeerden
jullie triomfeerden
zij / ze triomfeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik triomfere
jij / je triomfere
hij / zij / het triomfere
wij / we triomferen
jullie triomferen
zij / ze triomferen
Aanvoegende wijs — verleden
ik triomfeerde
jij / je triomfeerde
hij / zij / het triomfeerde
wij / we triomfeerden
jullie triomfeerden
zij / ze triomfeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij triomfeer
jullie (archaïsch) triomfeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
triomferen
Tegenwoordig deelwoord
triomferend
Voltooid deelwoord
getriomfeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary