HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← treuren — definition

Conjugation of treuren

Regular CEFR C2
ˈtrøː.rə(n)

verdrietige gevoelens koesteren, vaak na het verlies van iemand of iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik treur
jij / je treurt
hij / zij / het treurt
wij / we treuren
jullie treuren
zij / ze treuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik treurde
jij / je treurde
hij / zij / het treurde
wij / we treurden
jullie treurden
zij / ze treurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik treure
jij / je treure
hij / zij / het treure
wij / we treuren
jullie treuren
zij / ze treuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik treurde
jij / je treurde
hij / zij / het treurde
wij / we treurden
jullie treurden
zij / ze treurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij treur
jullie (archaïsch) treurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
treuren
Tegenwoordig deelwoord
treurend
Voltooid deelwoord
getreurd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary