HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← treiteren — definición

Conjugation of treiteren

Regular CEFR C2
/ˈtrɛi̯.tə.rə(n)/

rottigheid uithalen ten nadele van iemand met het doel diegene dwars te zitten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik treiter
jij / je treitert
hij / zij / het treitert
wij / we treiteren
jullie treiteren
zij / ze treiteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik treiterde
jij / je treiterde
hij / zij / het treiterde
wij / we treiterden
jullie treiterden
zij / ze treiterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik treitere
jij / je treitere
hij / zij / het treitere
wij / we treiteren
jullie treiteren
zij / ze treiteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik treiterde
jij / je treiterde
hij / zij / het treiterde
wij / we treiterden
jullie treiterden
zij / ze treiterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij treiter
jullie (archaïsch) treitert

Onbepaalde vormen

Infinitief
treiteren
Tegenwoordig deelwoord
treiterend
Voltooid deelwoord
getreiterd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary