HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← trappelen — definition

Conjugation of trappelen

Regular CEFR C2
ˈtrɑpələ(n)

enige tijd beide voeten om de beurt een stampende beweging laten maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik trappel
jij / je trappelt
hij / zij / het trappelt
wij / we trappelen
jullie trappelen
zij / ze trappelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik trappelde
jij / je trappelde
hij / zij / het trappelde
wij / we trappelden
jullie trappelden
zij / ze trappelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trappele
jij / je trappele
hij / zij / het trappele
wij / we trappelen
jullie trappelen
zij / ze trappelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik trappelde
jij / je trappelde
hij / zij / het trappelde
wij / we trappelden
jullie trappelden
zij / ze trappelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij trappel
jullie (archaïsch) trappelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
trappelen
Tegenwoordig deelwoord
trappelend
Voltooid deelwoord
getrappeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary