HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tranen — definition

Conjugation of tranen

Regular CEFR B1
ˈtraː.nə(n)

het afscheiden van tranen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik traan
jij / je traant
hij / zij / het traant
wij / we tranen
jullie tranen
zij / ze tranen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik traande
jij / je traande
hij / zij / het traande
wij / we traanden
jullie traanden
zij / ze traanden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trane
jij / je trane
hij / zij / het trane
wij / we tranen
jullie tranen
zij / ze tranen
Aanvoegende wijs — verleden
ik traande
jij / je traande
hij / zij / het traande
wij / we traanden
jullie traanden
zij / ze traanden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij traan
jullie (archaïsch) traant

Onbepaalde vormen

Infinitief
tranen
Tegenwoordig deelwoord
tranend
Voltooid deelwoord
getraand

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary