HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← traliën — definition

Conjugation of traliën

Regular CEFR B1

traliën aanbrengen, gevangenzetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tralie
jij / je traliet
hij / zij / het traliet
wij / we traliën
jullie traliën
zij / ze traliën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik traliede
jij / je traliede
hij / zij / het traliede
wij / we tralieden
jullie tralieden
zij / ze tralieden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tralië
jij / je tralië
hij / zij / het tralië
wij / we traliën
jullie traliën
zij / ze traliën
Aanvoegende wijs — verleden
ik traliede
jij / je traliede
hij / zij / het traliede
wij / we tralieden
jullie tralieden
zij / ze tralieden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tralie
jullie (archaïsch) traliet

Onbepaalde vormen

Infinitief
traliën
Tegenwoordig deelwoord
traliënd
Voltooid deelwoord
getralied

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary