HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← traineren — definition

Conjugation of traineren

Regular CEFR B2
ˌtrɛ.ˈneː.rə(n)

op de lange baan schuiven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik traineer
jij / je traineert
hij / zij / het traineert
wij / we traineren
jullie traineren
zij / ze traineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik traineerde
jij / je traineerde
hij / zij / het traineerde
wij / we traineerden
jullie traineerden
zij / ze traineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trainere
jij / je trainere
hij / zij / het trainere
wij / we traineren
jullie traineren
zij / ze traineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik traineerde
jij / je traineerde
hij / zij / het traineerde
wij / we traineerden
jullie traineerden
zij / ze traineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij traineer
jullie (archaïsch) traineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
traineren
Tegenwoordig deelwoord
trainerend
Voltooid deelwoord
getraineerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary