HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← trachten — definición

Conjugation of trachten

Regular CEFR C2
/ˈtrɑxtə(n)/

een poging in het werk stellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tracht
jij / je tracht
hij / zij / het tracht
wij / we trachten
jullie trachten
zij / ze trachten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik trachtte
jij / je trachtte
hij / zij / het trachtte
wij / we trachtten
jullie trachtten
zij / ze trachtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trachte
jij / je trachte
hij / zij / het trachte
wij / we trachten
jullie trachten
zij / ze trachten
Aanvoegende wijs — verleden
ik trachtte
jij / je trachtte
hij / zij / het trachtte
wij / we trachtten
jullie trachtten
zij / ze trachtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tracht
jullie (archaïsch) tracht

Onbepaalde vormen

Infinitief
trachten
Tegenwoordig deelwoord
trachtend
Voltooid deelwoord
getracht

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary