HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← touteren — definición

Conjugation of touteren

Regular CEFR B2
/ˈtɑu̯.tə.rə(n)/

to tremble, shiver, quiver Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik touter
jij / je toutert
hij / zij / het toutert
wij / we touteren
jullie touteren
zij / ze touteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik touterde
jij / je touterde
hij / zij / het touterde
wij / we touterden
jullie touterden
zij / ze touterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik toutere
jij / je toutere
hij / zij / het toutere
wij / we touteren
jullie touteren
zij / ze touteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik touterde
jij / je touterde
hij / zij / het touterde
wij / we touterden
jullie touterden
zij / ze touterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij touter
jullie (archaïsch) toutert

Onbepaalde vormen

Infinitief
touteren
Tegenwoordig deelwoord
touterend
Voltooid deelwoord
getouterd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary