HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← touperen — definition

Conjugation of touperen

Regular CEFR B2
tuˈpeː.rə(n)

tegen het haar in kammen om het kapsel meer volume te laten krijgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik toupeer
jij / je toupeert
hij / zij / het toupeert
wij / we touperen
jullie touperen
zij / ze touperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik toupeerde
jij / je toupeerde
hij / zij / het toupeerde
wij / we toupeerden
jullie toupeerden
zij / ze toupeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik toupere
jij / je toupere
hij / zij / het toupere
wij / we touperen
jullie touperen
zij / ze touperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik toupeerde
jij / je toupeerde
hij / zij / het toupeerde
wij / we toupeerden
jullie toupeerden
zij / ze toupeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij toupeer
jullie (archaïsch) toupeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
touperen
Tegenwoordig deelwoord
touperend
Voltooid deelwoord
getoupeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary