HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tongelen — definición

Conjugation of tongelen

Regular CEFR B2

to stick out or flick the tongue briefly Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tongel
jij / je tongelt
hij / zij / het tongelt
wij / we tongelen
jullie tongelen
zij / ze tongelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tongelde
jij / je tongelde
hij / zij / het tongelde
wij / we tongelden
jullie tongelden
zij / ze tongelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tongele
jij / je tongele
hij / zij / het tongele
wij / we tongelen
jullie tongelen
zij / ze tongelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tongelde
jij / je tongelde
hij / zij / het tongelde
wij / we tongelden
jullie tongelden
zij / ze tongelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tongel
jullie (archaïsch) tongelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tongelen
Tegenwoordig deelwoord
tongelend
Voltooid deelwoord
getongeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary