HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tokkelen — definition

Conjugation of tokkelen

Regular CEFR B2
ˈtɔkələ(n)

zich hangend aan een stalen kabel voortbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tokkel
jij / je tokkelt
hij / zij / het tokkelt
wij / we tokkelen
jullie tokkelen
zij / ze tokkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tokkelde
jij / je tokkelde
hij / zij / het tokkelde
wij / we tokkelden
jullie tokkelden
zij / ze tokkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tokkele
jij / je tokkele
hij / zij / het tokkele
wij / we tokkelen
jullie tokkelen
zij / ze tokkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tokkelde
jij / je tokkelde
hij / zij / het tokkelde
wij / we tokkelden
jullie tokkelden
zij / ze tokkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tokkel
jullie (archaïsch) tokkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tokkelen
Tegenwoordig deelwoord
tokkelend
Voltooid deelwoord
getokkeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary