HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tjaffelen — definición

Conjugation of tjaffelen

Regular CEFR B2
/ˈtʃɑ.fə.lə(n)/

to move slowly with difficulty Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tjaffel
jij / je tjaffelt
hij / zij / het tjaffelt
wij / we tjaffelen
jullie tjaffelen
zij / ze tjaffelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tjaffelde
jij / je tjaffelde
hij / zij / het tjaffelde
wij / we tjaffelden
jullie tjaffelden
zij / ze tjaffelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tjaffele
jij / je tjaffele
hij / zij / het tjaffele
wij / we tjaffelen
jullie tjaffelen
zij / ze tjaffelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tjaffelde
jij / je tjaffelde
hij / zij / het tjaffelde
wij / we tjaffelden
jullie tjaffelden
zij / ze tjaffelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tjaffel
jullie (archaïsch) tjaffelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tjaffelen
Tegenwoordig deelwoord
tjaffelend
Voltooid deelwoord
getjaffeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary