HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← titelen — definición

Conjugation of titelen

Regular CEFR B1
/ˈtitələ(n)/

betitelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik titel
jij / je titelt
hij / zij / het titelt
wij / we titelen
jullie titelen
zij / ze titelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik titelde
jij / je titelde
hij / zij / het titelde
wij / we titelden
jullie titelden
zij / ze titelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik titele
jij / je titele
hij / zij / het titele
wij / we titelen
jullie titelen
zij / ze titelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik titelde
jij / je titelde
hij / zij / het titelde
wij / we titelden
jullie titelden
zij / ze titelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij titel
jullie (archaïsch) titelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
titelen
Tegenwoordig deelwoord
titelend
Voltooid deelwoord
getiteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary