HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tippelen — definition

Conjugation of tippelen

Regular CEFR C2
ˈtɪ.pə.lə(n)

in 'tippelen op': uit zijn op, gecharmeerd zijn van Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tippel
jij / je tippelt
hij / zij / het tippelt
wij / we tippelen
jullie tippelen
zij / ze tippelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tippelde
jij / je tippelde
hij / zij / het tippelde
wij / we tippelden
jullie tippelden
zij / ze tippelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tippele
jij / je tippele
hij / zij / het tippele
wij / we tippelen
jullie tippelen
zij / ze tippelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tippelde
jij / je tippelde
hij / zij / het tippelde
wij / we tippelden
jullie tippelden
zij / ze tippelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tippel
jullie (archaïsch) tippelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tippelen
Tegenwoordig deelwoord
tippelend
Voltooid deelwoord
getippeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary