HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tergen — definition

Conjugation of tergen

Regular CEFR B1
ˈtɛr.ɣə(n)

iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik terg
jij / je tergt
hij / zij / het tergt
wij / we tergen
jullie tergen
zij / ze tergen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tergde
jij / je tergde
hij / zij / het tergde
wij / we tergden
jullie tergden
zij / ze tergden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik terge
jij / je terge
hij / zij / het terge
wij / we tergen
jullie tergen
zij / ze tergen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tergde
jij / je tergde
hij / zij / het tergde
wij / we tergden
jullie tergden
zij / ze tergden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij terg
jullie (archaïsch) tergt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tergen
Tegenwoordig deelwoord
tergend
Voltooid deelwoord
getergd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary