HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← teren — definition

Conjugation of teren

Regular CEFR C2
ˈteːrə(n)

in zijn levensonderhoud voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik teer
jij / je teert
hij / zij / het teert
wij / we teren
jullie teren
zij / ze teren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik teerde
jij / je teerde
hij / zij / het teerde
wij / we teerden
jullie teerden
zij / ze teerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tere
jij / je tere
hij / zij / het tere
wij / we teren
jullie teren
zij / ze teren
Aanvoegende wijs — verleden
ik teerde
jij / je teerde
hij / zij / het teerde
wij / we teerden
jullie teerden
zij / ze teerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij teer
jullie (archaïsch) teert

Onbepaalde vormen

Infinitief
teren
Tegenwoordig deelwoord
terend
Voltooid deelwoord
geteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary