HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tennissen — definition

Conjugation of tennissen

Regular CEFR C2
ˈtɛ.nɪ.sə(n)

het spelen van tennis Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tennis
jij / je tennist
hij / zij / het tennist
wij / we tennissen
jullie tennissen
zij / ze tennissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tenniste
jij / je tenniste
hij / zij / het tenniste
wij / we tennisten
jullie tennisten
zij / ze tennisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tennisse
jij / je tennisse
hij / zij / het tennisse
wij / we tennissen
jullie tennissen
zij / ze tennissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tenniste
jij / je tenniste
hij / zij / het tenniste
wij / we tennisten
jullie tennisten
zij / ze tennisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tennis
jullie (archaïsch) tennist

Onbepaalde vormen

Infinitief
tennissen
Tegenwoordig deelwoord
tennissend
Voltooid deelwoord
getennist

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary