HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← temen — definición

Conjugation of temen

Regular CEFR B1
/ˈteːmən/

op een zeurderige manier praten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik teem
jij / je teemt
hij / zij / het teemt
wij / we temen
jullie temen
zij / ze temen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik teemde
jij / je teemde
hij / zij / het teemde
wij / we teemden
jullie teemden
zij / ze teemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik teme
jij / je teme
hij / zij / het teme
wij / we temen
jullie temen
zij / ze temen
Aanvoegende wijs — verleden
ik teemde
jij / je teemde
hij / zij / het teemde
wij / we teemden
jullie teemden
zij / ze teemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij teem
jullie (archaïsch) teemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
temen
Tegenwoordig deelwoord
temend
Voltooid deelwoord
geteemd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary