HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← telen — definition

Conjugation of telen

Regular CEFR C2
ˈteː.lən

door nauwgezette verzorging doen groeien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik teel
jij / je teelt
hij / zij / het teelt
wij / we telen
jullie telen
zij / ze telen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik teelde
jij / je teelde
hij / zij / het teelde
wij / we teelden
jullie teelden
zij / ze teelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tele
jij / je tele
hij / zij / het tele
wij / we telen
jullie telen
zij / ze telen
Aanvoegende wijs — verleden
ik teelde
jij / je teelde
hij / zij / het teelde
wij / we teelden
jullie teelden
zij / ze teelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij teel
jullie (archaïsch) teelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
telen
Tegenwoordig deelwoord
telend
Voltooid deelwoord
geteeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary