HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← talmen — definition

Conjugation of talmen

Regular CEFR B1
ˈtɑl.mə(n)

aarzelen, dralen, treuzelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik talm
jij / je talmt
hij / zij / het talmt
wij / we talmen
jullie talmen
zij / ze talmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik talmde
jij / je talmde
hij / zij / het talmde
wij / we talmden
jullie talmden
zij / ze talmden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik talme
jij / je talme
hij / zij / het talme
wij / we talmen
jullie talmen
zij / ze talmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik talmde
jij / je talmde
hij / zij / het talmde
wij / we talmden
jullie talmden
zij / ze talmden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij talm
jullie (archaïsch) talmt

Onbepaalde vormen

Infinitief
talmen
Tegenwoordig deelwoord
talmend
Voltooid deelwoord
getalmd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary