HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tafelen — definición

Conjugation of tafelen

Regular CEFR B1
/ˈtaː.fə.lə(n)/

aan tafel zitten om te eten. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tafel
jij / je tafelt
hij / zij / het tafelt
wij / we tafelen
jullie tafelen
zij / ze tafelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tafelde
jij / je tafelde
hij / zij / het tafelde
wij / we tafelden
jullie tafelden
zij / ze tafelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tafele
jij / je tafele
hij / zij / het tafele
wij / we tafelen
jullie tafelen
zij / ze tafelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik tafelde
jij / je tafelde
hij / zij / het tafelde
wij / we tafelden
jullie tafelden
zij / ze tafelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tafel
jullie (archaïsch) tafelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
tafelen
Tegenwoordig deelwoord
tafelend
Voltooid deelwoord
getafeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary