HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← tabelleren — definition

Conjugation of tabelleren

Regular CEFR B2
ˌtaː.bɛˈleː.rə(n)

to tabulate Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik tabelleer
jij / je tabelleert
hij / zij / het tabelleert
wij / we tabelleren
jullie tabelleren
zij / ze tabelleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik tabelleerde
jij / je tabelleerde
hij / zij / het tabelleerde
wij / we tabelleerden
jullie tabelleerden
zij / ze tabelleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik tabellere
jij / je tabellere
hij / zij / het tabellere
wij / we tabelleren
jullie tabelleren
zij / ze tabelleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik tabelleerde
jij / je tabelleerde
hij / zij / het tabelleerde
wij / we tabelleerden
jullie tabelleerden
zij / ze tabelleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij tabelleer
jullie (archaïsch) tabelleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
tabelleren
Tegenwoordig deelwoord
tabellerend
Voltooid deelwoord
getabelleerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary