HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← swingen — definición

Conjugation of swingen

Regular CEFR C2
/ˈsʋɪ.ŋə(n)/

het tijdelijk wisselen van seksuele partner Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik swing
jij / je swingt
hij / zij / het swingt
wij / we swingen
jullie swingen
zij / ze swingen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik swingde
jij / je swingde
hij / zij / het swingde
wij / we swingden
jullie swingden
zij / ze swingden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik swinge
jij / je swinge
hij / zij / het swinge
wij / we swingen
jullie swingen
zij / ze swingen
Aanvoegende wijs — verleden
ik swingde
jij / je swingde
hij / zij / het swingde
wij / we swingden
jullie swingden
zij / ze swingden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij swing
jullie (archaïsch) swingt

Onbepaalde vormen

Infinitief
swingen
Tegenwoordig deelwoord
swingend
Voltooid deelwoord
geswingd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary