HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← surfen — definición

Conjugation of surfen

Regular CEFR C1
/[ˈsʏr.fə(n)]/

door de golfenergie voortbewogen worden, bijvoorbeeld op surfplanken of met boten, golfsurfen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik surf
jij / je surft
hij / zij / het surft
wij / we surfen
jullie surfen
zij / ze surfen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik surfte
jij / je surfte
hij / zij / het surfte
wij / we surften
jullie surften
zij / ze surften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik surfe
jij / je surfe
hij / zij / het surfe
wij / we surfen
jullie surfen
zij / ze surfen
Aanvoegende wijs — verleden
ik surfte
jij / je surfte
hij / zij / het surfte
wij / we surften
jullie surften
zij / ze surften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij surf
jullie (archaïsch) surft

Onbepaalde vormen

Infinitief
surfen
Tegenwoordig deelwoord
surfend
Voltooid deelwoord
gesurft

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary