HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← suppen — definition

Conjugation of suppen

Regular CEFR B1
ˈsʏpə(n)

rechtop staand op een surfplank je met een peddel voortbewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sup
jij / je supt
hij / zij / het supt
wij / we suppen
jullie suppen
zij / ze suppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik supte
jij / je supte
hij / zij / het supte
wij / we supten
jullie supten
zij / ze supten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik suppe
jij / je suppe
hij / zij / het suppe
wij / we suppen
jullie suppen
zij / ze suppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik supte
jij / je supte
hij / zij / het supte
wij / we supten
jullie supten
zij / ze supten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sup
jullie (archaïsch) supt

Onbepaalde vormen

Infinitief
suppen
Tegenwoordig deelwoord
suppend
Voltooid deelwoord
gesupt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary