HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sukkelen — definition

Conjugation of sukkelen

Regular CEFR B2

kampen met een gebrekkige gezondheid of lichamelijk gebrek Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sukkel
jij / je sukkelt
hij / zij / het sukkelt
wij / we sukkelen
jullie sukkelen
zij / ze sukkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sukkelde
jij / je sukkelde
hij / zij / het sukkelde
wij / we sukkelden
jullie sukkelden
zij / ze sukkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sukkele
jij / je sukkele
hij / zij / het sukkele
wij / we sukkelen
jullie sukkelen
zij / ze sukkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik sukkelde
jij / je sukkelde
hij / zij / het sukkelde
wij / we sukkelden
jullie sukkelden
zij / ze sukkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sukkel
jullie (archaïsch) sukkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sukkelen
Tegenwoordig deelwoord
sukkelend
Voltooid deelwoord
gesukkeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary