HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← subordineren — definition

Conjugation of subordineren

Regular CEFR C1
ˌsʏp.ɔr.diˈneː.rə(n)

onderschikken, ondergeschikt maken aan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik subordineer
jij / je subordineert
hij / zij / het subordineert
wij / we subordineren
jullie subordineren
zij / ze subordineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik subordineerde
jij / je subordineerde
hij / zij / het subordineerde
wij / we subordineerden
jullie subordineerden
zij / ze subordineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik subordinere
jij / je subordinere
hij / zij / het subordinere
wij / we subordineren
jullie subordineren
zij / ze subordineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik subordineerde
jij / je subordineerde
hij / zij / het subordineerde
wij / we subordineerden
jullie subordineerden
zij / ze subordineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij subordineer
jullie (archaïsch) subordineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
subordineren
Tegenwoordig deelwoord
subordinerend
Voltooid deelwoord
gesubordineerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary