HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← strubbelen — definición

Conjugation of strubbelen

Regular CEFR B2
/ˈstrʏ.bə.lə(n)/

to quibble, quarrel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik strubbel
jij / je strubbelt
hij / zij / het strubbelt
wij / we strubbelen
jullie strubbelen
zij / ze strubbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strubbelde
jij / je strubbelde
hij / zij / het strubbelde
wij / we strubbelden
jullie strubbelden
zij / ze strubbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strubbele
jij / je strubbele
hij / zij / het strubbele
wij / we strubbelen
jullie strubbelen
zij / ze strubbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik strubbelde
jij / je strubbelde
hij / zij / het strubbelde
wij / we strubbelden
jullie strubbelden
zij / ze strubbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij strubbel
jullie (archaïsch) strubbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
strubbelen
Tegenwoordig deelwoord
strubbelend
Voltooid deelwoord
gestrubbeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary