HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← strooien — definition

Conjugation of strooien

Regular CEFR C2
stroːi̯ə(n)

verspreid neergooien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik strooi
jij / je strooit
hij / zij / het strooit
wij / we strooien
jullie strooien
zij / ze strooien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strooide
jij / je strooide
hij / zij / het strooide
wij / we strooiden
jullie strooiden
zij / ze strooiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strooie
jij / je strooie
hij / zij / het strooie
wij / we strooien
jullie strooien
zij / ze strooien
Aanvoegende wijs — verleden
ik strooide
jij / je strooide
hij / zij / het strooide
wij / we strooiden
jullie strooiden
zij / ze strooiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij strooi
jullie (archaïsch) strooit

Onbepaalde vormen

Infinitief
strooien
Tegenwoordig deelwoord
strooiend
Voltooid deelwoord
gestrooid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary