HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← strompelen — definición

Conjugation of strompelen

Regular CEFR C2
/ˈstrɔm.pə.lə(n)/

gebrekkig lopen, lopen terwijl je het eigenlijk bijna niet meer kan, struikelend lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik strompel
jij / je strompelt
hij / zij / het strompelt
wij / we strompelen
jullie strompelen
zij / ze strompelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strompelde
jij / je strompelde
hij / zij / het strompelde
wij / we strompelden
jullie strompelden
zij / ze strompelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strompele
jij / je strompele
hij / zij / het strompele
wij / we strompelen
jullie strompelen
zij / ze strompelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik strompelde
jij / je strompelde
hij / zij / het strompelde
wij / we strompelden
jullie strompelden
zij / ze strompelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij strompel
jullie (archaïsch) strompelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
strompelen
Tegenwoordig deelwoord
strompelend
Voltooid deelwoord
gestrompeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary