HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stromen — definition

Conjugation of stromen

Regular CEFR C1
ˈstroː.mə(n)

voortbewegen van andere zaken dan vloeistoffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stroom
jij / je stroomt
hij / zij / het stroomt
wij / we stromen
jullie stromen
zij / ze stromen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stroomde
jij / je stroomde
hij / zij / het stroomde
wij / we stroomden
jullie stroomden
zij / ze stroomden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strome
jij / je strome
hij / zij / het strome
wij / we stromen
jullie stromen
zij / ze stromen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stroomde
jij / je stroomde
hij / zij / het stroomde
wij / we stroomden
jullie stroomden
zij / ze stroomden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stroom
jullie (archaïsch) stroomt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stromen
Tegenwoordig deelwoord
stromend
Voltooid deelwoord
gestroomd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary