HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← strikken — definition

Conjugation of strikken

Regular CEFR C2
ˈstrɪ.kə(n)

vangen van een dier in met een lus die het dier door zijn bewegingen strak aantrekt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik strik
jij / je strikt
hij / zij / het strikt
wij / we strikken
jullie strikken
zij / ze strikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strikte
jij / je strikte
hij / zij / het strikte
wij / we strikten
jullie strikten
zij / ze strikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strikke
jij / je strikke
hij / zij / het strikke
wij / we strikken
jullie strikken
zij / ze strikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik strikte
jij / je strikte
hij / zij / het strikte
wij / we strikten
jullie strikten
zij / ze strikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij strik
jullie (archaïsch) strikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
strikken
Tegenwoordig deelwoord
strikkend
Voltooid deelwoord
gestrikt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary