HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stresseren — definition

Conjugation of stresseren

Regular CEFR B2
strɛˈseː.rə(n)

spanning, stress veroorzaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stresseer
jij / je stresseert
hij / zij / het stresseert
wij / we stresseren
jullie stresseren
zij / ze stresseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stresseerde
jij / je stresseerde
hij / zij / het stresseerde
wij / we stresseerden
jullie stresseerden
zij / ze stresseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stressere
jij / je stressere
hij / zij / het stressere
wij / we stresseren
jullie stresseren
zij / ze stresseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik stresseerde
jij / je stresseerde
hij / zij / het stresseerde
wij / we stresseerden
jullie stresseerden
zij / ze stresseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stresseer
jullie (archaïsch) stresseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
stresseren
Tegenwoordig deelwoord
stresserend
Voltooid deelwoord
gestresseerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary