HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stranden — definition

Conjugation of stranden

Regular CEFR C2
ˈstrɑndə(n)

niet meer verder kunnen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik strand
jij / je strandt
hij / zij / het strandt
wij / we stranden
jullie stranden
zij / ze stranden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik strandde
jij / je strandde
hij / zij / het strandde
wij / we strandden
jullie strandden
zij / ze strandden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik strande
jij / je strande
hij / zij / het strande
wij / we stranden
jullie stranden
zij / ze stranden
Aanvoegende wijs — verleden
ik strandde
jij / je strandde
hij / zij / het strandde
wij / we strandden
jullie strandden
zij / ze strandden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij strand
jullie (archaïsch) strandt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stranden
Tegenwoordig deelwoord
strandend
Voltooid deelwoord
gestrand

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary